maandag 12 oktober 2026

vorig jaar 474

12 oktober 2025

Vandaag ben ik 64 jaar geleden geboren. (…)

*

In mijn laatste droom van deze nacht komt een man voor met een blauw hemd met daarop – ton sur ton – een blauwe das. Maar wie is het en wat komt hij daar doen? – dat ben ik vergeten. Laat staan dat ik weet wat dat blauw-op-blauw betekent. Zal ik een blauwtje oplopen?

*

Boeken die hier nog ongelezen staan en al vele jaren op mijn aandacht en tijd wachten, maar die nu door Geoff Dyer in De laatste dagen van George Federer (pp. 92 en 120) ten stelligste worden afgeraden: zes delen van de twaalfdelige cyclus A Dance to the Music of Time van Anthony Powell en Nostromo van Joseph Conrad. Van dat laatste boek herinnerde ik me zelfs niet dat ik het bezit.

*

Gisteren op mijn wandeling met S kwamen we K tegen. K heeft vele jaren bij Rombaux gewerkt. Hij moet, samen met X, in Brugge een van de meest onderlegde personen zijn als het om klassieke muziek gaat: hij weet enorm veel over componisten, partituren, opnames, uitvoerders, enzovoort. S en K hebben het over een gemeenschappelijke kennis die onlangs is opgenomen in een woonzorgcentrum. Waar? ‘Aan die grote laan die op de Ezelpoort uitkomt,’ zegt K. ‘Allez, hoe heet die straat ook alweer?’ ‘De Scheepsdalelaan,’ help ik. ‘Ja, de Scheepsdalelaan. Daar op de hoek, achter de GB.’ K bedoelt de Carrefour, die dertig of nog meer jaar geleden de GB heette. ‘In de Chopin.’ K bedoelt dat die verzorgingsinstelling ‘Chopin’ heet. Maar ik moet hem corrigeren. ‘Het is niet de Chopin, K, maar wel de Vivaldi!’ Hilariteit. ‘Ja,’ zegt S, ‘de Vivaldi, waar de mensen de herfst, of eigenlijk al de winter van hun leven doorbrengen…’

*

(…)



8075

Watou - 260813


zondag 11 oktober 2026

vorig jaar 473

11 oktober 2025

(…)

*

Pogačar wint nu ook de Ronde van Lombardije. En Evenepoel is opnieuw, en opnieuw op grote afstand, tweede. Het wordt eentonig. Hoe uitzonderlijk en opmerkelijk ook de prestatie, dit overwicht maakt de sport kapot. Gelukkig zijn er de mooie beelden: wat een prachtig landschap, daar in Noord-Italië. Daar wil ik toch graag eens naartoe.

*

Naar Sijsele voor de film No Other Land, door Palestijnen gemaakt. Beide regisseurs werden door Israël belaagd, een van hun medewerkers is zelfs gedood. Wat een schrijnend, pijnlijk, wreed beeld van dat nu al decennia aanslepende conflict. ‘Vorte klootzakken,’ is het eerste wat in me opkomt. Een ander woord heb ik niet voor die kolonisten. En ja, niet alle joden zijn klootzakken, maar alle klootzakken die zich inlaten met de landroof op de Westbank – waarover de film gaat – zijn wel joods. Het wordt niet bepaald gemakkelijker om niet antisemitisch te denken. Vandaag, overigens, treedt het zogenaamde vredesakkoord van Trump in werking. Iedereen die daar blij mee is, is blij met een dode mus want het is een lege doos. De tienduizenden gevluchte Gazanen keren terug naar hun in puin veranderde stad. Waar anders moeten ze heen? Ze hebben inderdaad ‘geen ander land’. Deze situatie doet me denken aan de bladzijden in Wolfstijd over de terugkeer kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog van de tienduizenden displaced persons naar, ja, naar wat eigenlijk. (…) Na de film text ik X dat ik wou dat ze er was, om onze onmacht, onze woede, ons verdriet te delen. X zegt dat we niet onmachtig zijn. Dat ik mijn stem en pen gebruik om over de Palestijnse kwestie te spreken. ‘En je doet dat goed. Het maakt verschil.’ Ja, denk ik, maar dan wel op zéér beperkte schaal. Wat haalt het uit? (…)


8074

Watou - 260813

zaterdag 10 oktober 2026

vorig jaar 472

10 oktober 2025

(…)

Op de veiling van Van de Wiele koop ik Cargo échoué à Zeebruges, olie op paneel, 56x45, van René de Pauw. Ik betaal er, inclusief kosten, 431 euro voor. De startprijs was 260 euro, maar er was iemand in de zaal die opbood. Dat René de Pauw het fresco in de inkomhal van het station van Brugge schilderde, lijkt me een garantie dat mijn schilderij niet in waarde zal dalen. Bij het afhalen maak ik een praatje met veilingmeester Marc Van de Wiele. Dat het mij toch opviel dat niemand nog belangstelling heeft voor bibliofiele uitgaven van Streuvels, Timmermans et tutti quanti… De verzamelaars van streuvelsiana en timmermansiana die ik destijds heb geïnterviewd voor De Standaard der Letteren draaien zich om in hun graf.

*

Harald Jähner, Wolfstijd, 49: de architect Otto Bartning waart kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog rond tussen de ruïnes van de verwoeste Duitse steden en vraagt zich af: ‘willen we de hele gruwelijk ontmaskerde machinerie van ons getechnologiseerde bestaan wel weer opnieuw in elkaar zetten met alle druk en haast, alle gedachteloosheid en demonie van dien? Neen, zegt onze innerlijke stem.’ Dat is precies dezelfde gedachte die velen hadden toen in 2020-2022 tijdens de coronalockdowns alles stilviel. We weten ondertussen hoe snel en als vanzelfsprekend de hectiek is teruggekeerd.

*

Prizzi’s Honor is zo’n trage film, met een zo ingewikkelde en ongeloofwaardige plot, dat ik al vlug mijn aandacht verlies en ondertussen met een half oog kan wachten tot dan eindelijk, op een ander scherm, in de match tussen België en Noord-Macedonië de eerste goal valt. Maar hij valt niet, het blijft 0-0. Jack Nicholson keert, na Kathleen Turner (die soms verbazingwekkend goed op David Bowie gelijkt) een mes door de keel te hebben gemikt, in de film van John Huston (1985) uiteindelijk terug naar zijn vrouw, die hij vier jaar eerder had verlaten.

8073

M. in Watou - 260813


vrijdag 9 oktober 2026

Lieven de Cauter, Archeologie van de kick

Stuurloos op de roetsjbaan

Lieven de Cauter over de ervaringswijze van na de grote verhalen


Deze recensie verscheen in De Standaard der Letteren van 24 augustus 1995




Lieven de Cauter brengt met Archeologie van de kick een interessante analyse van de moderne en postmoderne manieren waarop mensen zichzelf en de wereld ervaren. Het boek bestaat uit een verzameling essays over Leonardo da Vinci, de roes, art deco, wereldtentoonstellingen, skiën, toerisme en frivoliteit.

De moderniteit heeft de vanzelfsprekendheid waarmee de mens zijn wereld ervoer vernietigd. ‘Sociale disciplinering en de economische en maatschappelijke rationalisering verbonden met de industriële revolutie en het leven in de grootstad hebben een onvermijdelijk gevoel van vervreemding met zich meegebracht.’ De Cauter vindt bij cultuurcriticus Walter Benjamin de pertinentste beschrijvingen van dit verval van de ervaring. Hij schrijft zich dan ook in diens project van een archeologie van de moderne ervaring in.

Walter Benjamin nam de aristotelische definitie als uitgangspunt: ervaring is als ‘een humus van herinneringen die tot een bepaald soort inzicht of vaardigheid leidt’. Onmiskenbaar heeft deze vorm van ervaring een collectief en onbewust aspect; hij wordt gevierd in feesten en riten, van generatie op generatie overgeleverd in tradities.

Het bombardement van prikkels dat de moderne samenleving en bij uitstek de stedelijke cultuur kenmerkt, vernietigde de tradities. Wat overblijft, is een gefragmenteerde en stuurloze ervaring, die haar zin in zichzelf zoekt. Die ervaring wordt autonoom, raakt aan zichzelf verslingerd, wil altijd maar heviger zijn.

De kick, door De Cauter gedefinieerd als ‘de als aangenaam ervaren shock’, is de uitverkoren ervaringswijze van de tegenwoordige tijd. In de kick zoekt de moderne mens de euforie van de snelheid. Hij voelt zich onweerstaanbaar aangetrokken door de duizeling van de afgrond. Daarin zoekt hij aan zichzelf te ontkomen en aan zijn onvermogen om zichzelf in een ruimere context te situeren. Elastiekspringen – een inmiddels alweer wat gedemodeerde uitkomst van het onvermoeibaar en vindingrijk verhevigen van kicks – zou naar verluidt bevredigende resultaten opleveren, maar natuurlijk ook de talloze andere attracties, stunts en sensatiemachines.

‘De val (…) is de kick ten top gedreven: het afstevenen op de bewusteloosheid, de desintegratie.’ Dit uiteenvallen van het bewustzijn is de perfecte allegorie van het uiteenvallen van het wereldbeeld.


De tijd van de grote overzichten is definitief voorbij: het sprookje is uit dat de mens zich het universum volledig zou kunnen toe-eigenen. ‘De wereld is onherroepelijk “onoverzichtelijk” geworden.’

Het essay ‘De panoramische extase’ toont aan hoe de geschiedenis van de wereldtentoonstellingen vanaf 1851 deze afbrokkeling weerspiegelt. De wereldtentoonstellingen degenereerden van indrukwekkend overzicht tot pretpark, waar de bezoekers hun kicks komen zoeken en waarin de decors belangrijker blijken dan de tentoongestelde triomfen van de wetenschap.

Deze evolutie is niet noodzakelijk negatief. Het vooruitgangsgeloof leidde ertoe dat al wat vreemd was op zijn nuttigheid werd getoetst en ingelijfd. Nu dat soort optimisme wegvalt, haalt de verscheidenheid het van de gelijkschakeling. De auteur verzuimt trouwens niet de wereldtentoonstellingen, voor zover ze ook schaamteloos het kolonialisme propageerden, te hekelen als ‘getuigenis van de westerse barbarij’.

Ook het skiën illustreert de metamorfose van de ervaring. De duurzame overzichtelijkheid van de Alpenpanorama’s ging ten onder in de vluchtige sensaties van de wintersport, leert ons het essay ‘Korte geschiedenis van het skiën’. ‘Het verhevene [van het alpiene natuurschoon] wordt opgelost in de verheviging.’ De Cauter vist een hilarisch citaat op van die kunstcriticus-uit-een-andere-tijd, om met betrekking tot het skiën de gewijzigde ervaringsmodus te illustreren: ‘Met een Britse zin voor overstatement schrijft [Ruskin]: “De Alpen zelf, die onze dichters zo eerbiedig vereerden” worden gebruikt als “ingezeepte palen die beklommen worden en waarvan men naar beneden glijdt met kreten van verrukking”.’


Het laatste hoofdstuk, ‘Over frivoliteit. Proeve van een postmoderne antropologie’, maakt een chaotische indruk. Jammer, want uitgerekend daar probeerde De Cauter tot een synthese te komen.

In de Don Juan en de dandy ziet hij de vertegenwoordigers par excellence van de nieuwe ervaringswijze.

De dandy zwerft van roes naar roes. Hij acht ‘zijn sensaties belangrijker dan de rede of het belang van de zaak’. Dit experimenteren met ervaring karakteriseert de frivole levenshouding. Frivoliteit kenmerkt ook het fladderen van Don Juan. Diens houding zou met protokapitalistisch kunnen noemen: Don Juan verabsoluteert, net als de kapitalist, de ruilwaarde van zijn ‘object’. Net zoals de kapitalist evengoed zeep kan verkopen als wijn, luidt het credo van Don Juan: ‘tout le plaisir de l’amour est dans le changement’.

Frivoliteit is nihilistisch. De frivoliteit legt ‘de immense futiliteit van al onze pogingen’ bloot. Toch is het, althans volgens deze ‘postmoderne antropologie’, geen louter destructief verschijnsel. ‘Frivoliteit is geen symptoom van verval, maar een centraal fenomeen binnen de beschaving als zodanig. (…) Cultuur ontstaat door frivoliteit...’ De antropologie kan talloze voorbeelden geven van maatschappij-bestendigende riten die heersende normen overschrijden of op hun kop zetten.

In de postmoderne samenleving is de roes, en dus de frivole overschrijding van de heersende normen, gedesacraliseerd. Wat overblijft is een stuurloze, gratuite excessiviteit: van het overmatige consumeren – grondslag van het kapitalisme – tot de complete verdoving in de vroege uurtjes van een houseparty.

Een andere representant van de frivole levensvorm is de gokker. Hij speelt ‘het kapitalistische spel bij uitstek’: roulette. Het verband tussen frivoliteit en kapitalisme wordt hier eens te meer uitgelegd. Het verschil tussen gokken en speculeren is slechts een kwestie van gradatie. ‘Het nihilisme van het gokken is een perfecte spiegel van het nihilisme van de kapitalistische maatschappij.’


Het valt op dat de auteur negens de recente metamorfose van de ervaring afwijst. Hij geeft niet toe aan de verlokkingen van de nostalgie. Integendeel: de postmoderne condition humaine hoeft niet per se tot doemdenken te leiden. Het opgeven van het vooruitgangsgeloof geeft de diversiteit meer kans.

Ook het massatoerisme, waaraan De Cauter zonder al te veel misantropie een interessant essay wijdt, heeft minstens tot gunstig gevolg dat het cultureel patrimonium in stand wordt gehouden. En de roes is al evenmin een negatief fenomeen. In de roes slaagt het individu erin alle hinderlijke barrières met de buitenwereld te overstijgen; zijn individualiteit wordt erin opgeheven (opgegeven), en in dit opheffen (opgeven) resideert, volgens Benjamin, de esthetische ervaring. In de roes wordt de wereld ‘weer bezield’. ‘Zoals de roes niet alleen verdoving schenkt maar ook de dagelijkse vernauwing openbreekt die wij werkelijkheid noemen,’ schrijft De Cauter in zijn essay over art deco.


Mensen die met cultuur begaan zijn kennen Lieven de Cauter allicht nog van het televisieprogramma ‘over beschaving’ Container, dat hij samen met zijn collega-cultuurfilosoof Bart Verschaffel maakte en dat na enkele afleveringen op schaamteloze – schaamteloos omdat men het met ongeschikte criteria beoordeelde – werd afgevoerd. Het enthousiasme dat Lieven de Cauter daar aan de dag legde, straalt ook af van zijn boek. Hier en daar lijdt zijn tekst onder deze spontaniteit. De auteur bezondigt zich enkele keren aan overlappingen en onafgewerkte constructies, waarbij allerlei uitweidingen het betoog verzwaren. Sommige formuleringen zijn weinig toegankelijk voor de modale mens.

Afgezien van dit bezwaar heb ik niets dan lof over voor dit boek, waarvan ik hier slechts een bondige samenvatting heb kunnen geven, zonder recht te doen aan de zinvolle complexiteit van De Cauters ‘verhalen’, zijn eruditie en de schat aan cultuur- en kunsthistorische verwijzingen waarmee hij ze heeft opgehoogd: de vrucht van een decennium lectuur en denkwerk.


Lieven de Cauter, Archeologie van de kick. Verhalen over moderniteit en ervaring, Uitgeverij De Balie, 1995

vorig jaar 471

9 oktober 2025

Ik doe autostop en beland in een busje met enkele gehandicapte nonnen. In hun huis, dat als klooster fungeert, moet ik een reis naar New York voorbereiden. Bij die voorbereiding is ook L betrokken.

*

Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom ik La psychanalyse du feu tot het einde toe heb uitgelezen, de laatste tientallen bladzijden vooral diagonaal, moet ik toegeven. (Aan wie geef ik dat hier toe?) Wat steek ik ervan op, van die inventaris van volgens Gaston Bachelard psychoanalytisch te duiden vuurmetaforen? Ik vrees: niet al te veel.

*

Langs bij X. Het medisch bulletin wordt een vast onderdeel van al mijn ontmoetingen met leeftijdsgenoten. We hebben het dan verder ook nog over (…).

*

In de pop-upgalerie in de Katelijnestraat haal ik het aangekochte werkje van Peter Six op, en bij Bonte ga ik nog eens langs om de boomstudie van Hans Slager te bekijken waarop ik een bod heb gedaan, plus ook de acht stoelen waarvan de nieuwprijs per stoel – dat heb ik opgezocht – even hoog is als het bedrag dat ik ervoor over heb. Ik zie nu pas dat de stoelen licht beschadigd zijn of, zoals dat dan wordt gezegd, ‘sporen van gebruik’ vertonen.

*

Bezoek van Y. (…) een vervroegd verjaardagscadeau: pralines en het nieuwste boek van Ian McEwan, dat ik helaas al zelf heb gekocht. Y neemt het terug mee. We besluiten om het simultaan te lezen en onze bevindingen te delen.

*

De naam ‘Rebecca’ stond gegraveerd op het zilveren medaillon van het halskettinkje dat ik vorige week in het kleedhokje bij de radioloog vond en dan vergat af te geven bij de receptie. Telefonisch kon ik ‘s anderendaags, met de hulp van de receptioniste, achterhalen hoe deze Rebecca op de hoogte kon worden gebracht van waar ze haar kettinkje kon komen ophalen. Deze avond staat ze aan mijn voordeur. Ze laat zich chaperonneren door een kloeke kerel – je weet nooit dat ik een valstrik heb gespannen. Ik overhandig haar het kleinood. Er kan nauwelijks een bedankje van af. Rebecca verdwijnt voorgoed uit mijn leven.




8072

Watou - 260813


donderdag 8 oktober 2026

getekend 536

251116


parallel 225

Hij blijft tot het bittere einde sceptisch en onzeker, zonder ooit te ontdekken waar het leven precies om draait en zonder ooit te weten of het beter is te zijn of niet te zijn. In die zin is Hamlet een schoolvoorbeeld van een moderne held.

Yuval Noah Harari, 21 lessen voor de 21ste eeuw, 361


║


De cultivering van het ik en het zelfonderzoek zoals dat door het personage Hamlet wordt vertegenwoordig - een revolutionair moment in de wereldliteratuur - waren nog niet omgezet in de algemene gewoonte om een beschouwend dagboek bij te houden.

Ian McEwan, Wat we kunnen weten, 26-27



facebookbericht 1254



Dat niet-mijn-premier het bestaat om in zijn bericht met geen woord te reppen over de genocide na 7 oktober 2023 (en al helemaal niet over alles wat daaraan is voorafgegaan) is op zich een pure provocatie, een premier totaal onwaardig. Hij volhardt in de boosheid die hij heeft ingezet met zijn quote drie jaar geleden over de juiste kant van de geschiedenis.

vorig jaar 470

8 oktober 2025

Natuurlijk met een fikse kater opgestaan – ik was vergeten hoe het voelde. Vroeg aan het werk. Om elf uur naar de dokter voor een bespreking van de foto’s. Diagnose: artrose. (Dat rijmt.) Niets aan te doen, behalve curatief met pijnstillers. Als het te erg wordt, zegt de dokter, moet ik naar een orthopedist om een nieuwe heup. Hopelijk kom ik over een maand in Praag niet in de problemen.




*

(…)

*

Via Messenger een conversatie met Olga Palmans, die me al een tijdje op duimpjes en likjes trakteert. Ik was in de war door haar naam, en ook door haar foto, want omdat zij er daarop zo oud uitziet dacht ik dat zij ‘madame Palmans’ was, onze overbuurvrouw in de Populierendreef. In werkelijkheid blijkt zij Hilde te zijn, een van de drie dochters en dus maar een paar jaar ouder dan ikzelf ben. Olga woont nu in Spanje. Daar konden ze haar voornaam – Hilde dus – niet uitspreken. Daarom besloot zij zichzelf voortaan Olga te noemen. Zij zegt dat zij mij al een tijdje volgde omdat zij benieuwd was naar wat dat jongetje van de overkant van de straat allemaal te vertellen heeft. Ze vraagt mij om mijn moeder haar groeten over te maken. Nadat ik haar heb uitgelegd dat dat niet meer kan, halen we enkele herinneringen aan de Populierendreef op. Ik verneem dat ‘madame Palmans’ is gestorven op 92-jarige leeftijd, en dat Olga’s broer Herman en zus Els ook al dood zijn. Els, die een jaar ouder was dan ik en met wie ik, toen ik nog niet puberde, nog vaak heb gespeeld, is maar 61 geworden. Alcohol en pillen. Daar schrik ik van. Ook Olga’s opmerking over het feit dat onze vaders toch ook niet de meest evidente personen waren blijft hangen. Ik zie, terwijl we chatten, op Olga’s tijdlijn dat ze rabiate pro-Israëlstandpunten huldigt. Dat snijdt me de adem af en ik beëindig het gesprek.


8071

Watou - 260813


woensdag 7 oktober 2026

vorig jaar 469

7 oktober 2025

(…)

*

Colm Tóibín, De Tovenaar, 426: ‘Ik weet niet waarom hij is verdronken en ik werd gered. Dat zal niemand me ooit kunnen uitleggen.’ Aan het woord is Monika Mann, die een torpedoaanval op het schip waarmee ze van Europa naar Amerika reisde heeft overleefd. De verwijzing naar Primo Levi is bijna te opzichtig. Het doet me, ex contrario, denken aan George Steiner, die in zijn op YouTube overgeleverde interview voor Van de schoonheid en de troost zijn beklag maakt over het feit dat jonge lezers in Fiësta van Ernest Hemingway de verwijzing naar Ronceval niet meer zullen herkennen. (In het boek bij de televisiereeks van Wim Kayzer is dit fragment niet opgenomen.)

*

(…)

*

Op de kijkdag in veilinghuis Van de Wiele laat ik mijn oog vallen op een schilderij (paneel, 45 x 56), voorstellende een rood, op een strand gestrand schip (‘cargo échoué à Zeebrugge’), en op een olieverfschets (‘détrempé sur panneau’, 27 x 27), voorstellende een moeder en dochter. Het schip wordt geschat op 240-360 euro, de schets op 140-220 euro. Beide werken zijn van René de Pauw, maker van het grote fresco in de inkomhal van het station van Brugge. Vrijdag worden de stukken geveild. Ik vrees dat ze worden onderschat. Vooral het schip vind ik erg mooi. De compositie, met op de onderste helft alleen maar strand, is gewaagd, het gaat hier om een historische, bijna journalistiek weergegeven gebeurtenis, en bovendien heeft het schilderij de meerwaarde dat het van de hand is van een voor Brugge toch wel belangrijke maker.




*

(…)


8070

Watou - 260813


dinsdag 6 oktober 2026

vorig jaar 468

6 oktober 2025

Een lange fietstocht met een vrouw – is het R, of S, of P? We vertrekken uit het Pajottenland (waar ik nog niet zo lang geleden met R fietste) en komen door het Meetjesland, langs kreken en onder bomenrijen. In een tweede droom moet ik examen afleggen over een aantal artikels die ik vooraf moest lezen. Ik krijg vragen over de Noordzeehavens ten tijde van de verzanding van het Zwin en over de toekomstige economische ontwikkelingen in Kosovo. ‘Wat zijn de twee belangrijkste economische groeipolen in Kosovo?’ Ik gok op wintersport en de fabricage van elektronische chips. Ik bak er niet veel van, van dat examen. Ik besef dat ik de artikels veel te slordig heb gelezen. Nadat ik wakker ben geworden, maak ik me de bedenking dat ik over het algemeen veel te slordig lees. Waarom lees ik zoveel als ik er toch niets van onthoud?

*

(…) kijkdag bij Bonte. Een stel van acht lederen designstoelen trekt mijn aandacht. Ze bevinden zich in goede staat. 1600 euro. Ze zouden de groengele neplederen brolstoelen kunnen vervangen die ik zeven jaar geleden in Oedelem kocht maar die nu al volop beginnen af te bladderen. Ik heb ook belangstelling voor een schilderij met een forse boom – vraagprijs 200 euro. Het is van de hand van een zekere Frans Slager. Ik zoek het thuis op: de man heeft een eigen Wikipedia-pagina. (…)



*

Tijdens de leesclubbijeenkomst (over Ochtend in Jenin van Susan Abulhawa) blijkt een van de leesclubleden een uitgesproken zionistisch standpunt te huldigen. Dat hadden we niet zien aankomen. Polarisering in werking – ik schrijf er achteraf notitie 491 over. De bijeenkomst duurt een uur langer dan normaal. We slagen erin om de open confrontatie in een vreedzaam staakt-het-vuren om te buigen: de lieve vrede.


8069

P. in Watou - 260813


maandag 5 oktober 2026

vorig jaar 467

4 oktober 2025

(…)

*

X belt. Gewoon om eens wat te babbelen. (…) Hij klinkt goed, hoewel het hem, zo blijkt uit wat hij vertelt, toch niet erg goed vergaat. De medicatie is erg zwaar en slaat toch niet goed aan. Hij zegt dat hij zich de laatste tijd veel met YouTube bezighoudt en met Franse liedjes. Hij heeft Renaud ontdekt. Ik geef hem enkele tips: Alain Bashung, Gérald de Palmas…

*

De laatste aflevering van Helsinki Syndrome. Waar in het Stockholmsyndroom sprake is van een of enkele gegijzelden die in de ban geraken van een gijzelnemer, is hier sprake van een hele natie die instemt met de complottheorie van een enkeling. De serie lijkt mij een commentaar te zijn op de antivaxbeweging ten tijde van corona.

*

(…)


5 oktober 2025

In mijn laatste droom vat ik het plan op om mijn vrienden te portretteren, een idee dat ik in mijn wakende bestaan al vaak had, maar dit keer wil ik hen vatten in hun interieurs, om zo een betere kijk te verschaffen op wie ze zijn. Die reeks zou ik dan combineren met portretten van Gazanen in hun tenten of voorlopige constructies of wat het ook moge zijn waarin ze beschutting zoeken tegen de bombardementen.

*

De Tovenaar van Colm Tóibín stelt mij ten zeerste teleur. Het is gewoon een in romanvorm neergezette compilatie, met personages en dialogen, van de biografieën en monografieën die Tóibín gelezen heeft. Het enige creatieve dat hij heeft toegevoegd, zijn bepaalde inhoudelijke accenten. Zo richt hij toch wel heel opvallend de aandacht op alles wat met homoseksualiteit te maken heeft en, als het over Thomas Mann gaat, de voorliefde voor jonge knapen. De definitie van een klassiek boek volgens Italo Calvino – ‘een boek dat niet ophoudt met zeggen wat het te zeggen heeft’ – gaat hier zeker niet op. Wanneer Tóibín Mann op de campus van Harvard voorbij het zwembad laat wandelen (pp. 316-317) en hem daarbij laat dagdromen over naakt zwemmende studenten, wordt het meer dan irritant: dit is effenaf potsierlijk en ergerlijk. Ik mis schoonheid in dit veel te dikke boek. Welbeschouwd verschilt de ‘roman’ van Tóibín uiteindelijk niet zo heel veel van De familie Mann van Tilmann Lahme. En dat vermeerdert nog mijn ongenoegen want waar is dat fictionaliseren dan voor nodig, met bijvoorbeeld het verzinnen van gesprekken, als een wetenschappelijk werk, met een uitgebreid voetnotenapparaat dat de herkomst van elk aangebracht feit nauwkeurig aangeeft, precies hetzelfde resultaat oplevert – minus Tóibíns literaire pretentie welteverstaan, een pretentie die niet wordt waargemaakt.

*

(…)

*

Misschien minder ergerlijk dan De Tovenaar, maar toch ook ergerlijk, zijn de bijzonder slordige, bijna in telegramstijl geschreven memoires van Golo Mann (In de schaduw van de tovenaar). Ook hier is er die opvallende aandacht voor homoseksuele impulsen. Dat lijkt toch een constante bij schrijvers met die geaardheid. Heeft het met te maken met de tijd waarin ze actief zijn, een tijd waarin het nog niet evident was om voor hun geaardheid uit te komen? (…)

*

(…)

*

(500) Days of Summer van Marc Webb (2009) is een leuke, goed in elkaar gepuzzelde feelgood-romantische komedie. Schijnbaar oppervlakkig in het begin, maar gaandeweg toch redelijk diepzinnig omdat het gaat over de onaanvaardbare contingentie waarmee elke verliefdheid, die per definitie absoluut en totaal is en geen toeval aanvaardt, zich geconfronteerd weet. ‘Er zwemt nog vis genoeg in de zee.’ Ja, dat kun je nog zeggen als je 25 bent, maar houdt het nog steek voor iemand van bijna 64?’

*

(…)

8068

Watou - 260813


zondag 4 oktober 2026

getekend 535

251116


46 * 53,4 * 26,2 * 147 * 2594,3

Zuienkerke - Wenduine - De Haan - Bredene - Sint-Pieters




8067

 

Watou - 260813

boekverhaal 82

In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.

Boudewijn Büch, Eenzaam


Nesofilie




Er is een tijd geweest dat ik redelijk tuk was op de door de VPRO uitgezonden afleveringen van De wereld van Boudewijn Büch. De overenthousiaste bedenker-maker-reiziger koos eigengereid voor überexotische bestemmingen. De slordige cameravoering en nabewerking versterkten de indruk van improvisatie en avontuur. Onderwerpen werden belicht waarvan de kijker, tot voor BB daar op een van zijn zwerftochten bij was aanbeland, het bestaan niet bevroedde. Er staat me van die door het laatste bastion van beschaving VPRO uitgezonden reeks hier en daar een nog niet aan algehele vervaging uitgeleverd beeld voor ogen van een half door weer en wind uitgewiste tekst op een scheef in de grond gezakte zerk of van een afbrokkelende vuurtoren uit een tijd dat galjoenen terugkeerden uit verre oorden die, volgens de destijds vigerende wetgevingen, nog niet wederrechtelijk werden leeggeplunderd, en die hier, met onschatbare rijkdommen volgeladen precies op die onverhoeds uit schuimende golven opduikende klippen liepen waarvoor die toren wilde waarschuwen. Ik weet het, ik fantaseer en sla tijdperken door elkaar: galjoenen en vuurtorens horen niet samen. Wat me wel min of meer nauwkeurig is bijgebleven, is de sfeer van neurotische zenuwachtigheid, gejaagdheid en een vorm van m’enfoutisme die een niet mis te verstane boodschap inhield: ‘Zolang de kijkcijfers dit balletje hoog houden, doe ik toch maar fijn mijn ding, ik amuseer me, ik ga waar ik heen wil gaan, liefst zo ver mogelijk verwijderd van de knusse beschaving, en het mag al iets kosten.’

Dat was Boudewijn Büch ten voeten uit: non-conformist, in de twintigste eeuw verdwaalde achttiende-eeuwse melancholicus, obsessioneel verzamelaar, notoire feestneus, losgeslagen kruising tussen Goethe en Jagger, lijder aan alle mogelijke psychische aandoeningen die we vandaag met afkortingen benoemen.

Als kleine ondernemer zorgde BB er ook voor dat zijn reizen in boeken werden neergeslagen.

Ik neem het reeds twee keer – in mei 1995 en december 2019 – gelezen boek Eenzaam ter hand en vind daarin – pp. 96-98 – in het hoofdstuk ‘Onze grond’ enkele zeer merkwaardige anekdotes over het streven van de nationaalsocialisten om met delen van Antarctica tegemoet te komen aan hun behoefte aan Lebensraum. Voor de germanofiele goetheoloog en nesofiel (een door hemzelf uitgevonden geleerderig woord dat eilandenliefhebber betekent) is dat een voldoende reden om ter plekke sporen van deze bizarre kronkel in de geschiedenis op te zoeken. Zo heeft hij het over de ‘Schwabenland-Expedition’, die op 17 december 1938 vertrok vanuit Hamburg, met ‘twee Dornier-“katapultvliegtuigen”’ aan boord. De vliegtuigen werden ingezet om luchtfoto’s te maken van het ‘beijzelde Dronning Maud Land’. De ‘boordfotografen kiekten 250.000 vierkante kilometer land en bevroren zee’, maar achteraf vergat men de 11.600 foto’s ‘van geografische lengte- en breedtegraadaanduidingen te voorzien’. ‘Nog steeds,’ concludeert Büch, ‘kan geen Duits Poolgeleerde iets beginnen met al die foto’s die slechts wit, wit en nog eens wit laten zien’. Deze expeditie leidde tot de claim van het Derde Rijk op dit onherbergzame stuk ijswoestijn, dat prompt tot Neuschwabenland werd omgedoopt. Na der Untergang keerde het gebied terug tot de status die het voor de Duitse bemoeienis had: die van Noorse dependentie.

Het wetenschappelijk gehalte van Büchs reisrelazen is, op zijn zachtst gezegd, betwistbaar. Hij beschrijft wat hij hapsnap leest en ziet – zonder al te veel verificatie en toetsing. Alsof hij zich voldoende gedekt weet door het exotisme en de exclusiviteit van zijn onderwerpen. ‘Wie zal zich de moeite getroosten om mijn verhaal te checken of om het, op basis van eigen onderzoek of zeer uitvoerig gesnuister in archieven en antiquariaten, te verifiëren’: je hoort het hem denken. Het is branie. Het is bluf en bravoure. Het is Boudewijn Büch – en de man zadelde zichzelf met zijn verzonnen autobiografische verhalen dan ook gaandeweg op met een reputatie van onbetrouwbare fabuleerder en fantast. Vergeet ook niet: dit zijn – grotendeels (Büch overleed in 2002) – pre-internettijden. De vrijheid om op onontgonnen terrein van alles uit de mouw te schudden was toen veel groter.

Maar het heeft wel tot een reeks zeer onderhoudende eilandboeken geleid: Eilanden, Eenzaam, Het ijspaleis, Blauwzee en Leeg en kaal. Veel afleveringen van de tv-reeks De wereld van Boudewijn Büch kunnen op YouTube worden bekeken.

zaterdag 3 oktober 2026

getekend 534

251101


vorig jaar 466

3 oktober 2025

(…)

*

Medische zorgen over het pijnlijke been dat mij het stappen belet. Mijn huisdokter doet mij enkele oefeningen doen maar kan niets vaststellen, en stuurt mij naar de radioloog. Ik kan meteen een afspraak maken. Ook hij kan, zo blijkt uit de brief die ik meekrijg, niets zien dat een ‘structurele’ verklaring kan bieden voor de pijn die ik voel. Maar ik heb me die pijn toch niet ingebeeld? Hoewel het om mijn heup gaat, de heup die werd gerepareerd na mijn ongeval van zeven jaar geleden, stroopt de radioloog mijn slip haast volledig af om met zijn echografiestick tot diep in mijn lies te gaan. Hij legt mij niet uit wat hij daar te zoeken heeft. Ondertussen informeert hij vriendelijk naar mijn geboorteplaats. Ik stel mij de vraag, terwijl ik niets anders kan dan haar ondergaan, wanneer een medische handeling grensoverschrijdend wordt. Waar ligt de grens? Hoe bepaal je dat? En wat kun je daar als patiënt tegen ondernemen?

*

Peter Six
'Blauwe kat', digital painting (nov 2025)
Vijf mensen zijn aanwezig op de vernissage van de tentoonstelling van Peter Six in wat een winkelpand moet zijn geweest in de Katelijnestraat. De met een iPad gemaakte en geprinte tekeningen zeggen mij weinig, gelukkig zijn er ook een paar échte tekeningen, acryl op papier. Uit sympathie koop ik er eentje, voorstellend een gebouw met overwegend gele kleuren, 10 x 15 schat ik. (…) Na een kwartier sta ik terug buiten, te vroeg voor de vernissage van de tentoonstelling naar aanleiding van de herdenking van het honderdste geboortejaar van de Brugse dichter Marc Braet in de Bogaardenkapel. Ik overbrug de tijd in een café op de hoek aan de Kruispoort met een Chouffe 0% en De dictatuur van het simplisme van Frans Aerts. In de Bogaardenkapel zie ik veel bekend volk, de oude garde zeg maar. Ik praat met, onder meer: Margret, Pierre (die in zijn inleiding schepen Blontrock opriep om het stadsbestuur te overtuigen om iets te ondernemen voor Gaza), Hugo, Arnold, Tijs, Karel (…) en Joannes, die weet te melden dat het slecht gaat met Frans, die met Altzheimer is opgenomen in een instelling. Na de receptie zak ik met Hans, Brigitte en Nicky af naar de Mojo in de Schaarstraat, waar ik, gezeten tussen Kurt en Marlies, twee Viven Nada’s drink en erg dure hapjes verorber. Hans steelt de show met een imitatie van zijn Hollandse campingburen, die in de werkelijkheid waar hij hen te verduren had minder leuk waren dan hier op café.

facebookbericht 1253

Vooruit in Vlaamse meerderheid medeverantwoordelijk voor kaalslag in Cultuur

Wat is de visie van Vooruit? Ik ben er zeker van dat ze, mochten ze in de oppositie zitten, precies het omgekeerde zouden nastreven van wat ze nu, machteloos en volgzaam, helpen verwezenlijken. Er vallen wat die houding betreft zeker gelijkenissen te ontwaren tussen de Vlaamse regering en bepaalde dossiers die de zogenaamde socialisten in de Brugse meerderheid helpen doordrukken of tegenhouden. 

8066

M. in Watou - 260813


vrijdag 2 oktober 2026

vorig jaar 465

2 oktober 2025


De Tovenaar van Colm Tóibín stelt me teleur. De obsessies van de auteur en zijn homo-erotische blik komen voor zijn personages te staan, waardoor die niet veel méér zijn dan namen op papier. Na 130 bladzijden heb ik mijn belangstelling verloren. Nog meer dan 400 te gaan. Mocht ik op 4 februari 2022 geen 26 euro aan dit boek hebben besteed, ik zou het warschijnlijk voor bekeken houden. Maar nu doe ik voort want mijn moeder heeft mij geleerd spaarzaam te zijn.

*

(…) We hadden het even over het feit dat Israël de vredesvloot van activisten heeft tegengehouden in internationale wateren: een flagrante schending van het zeerecht. Maar ja, wat zijn internationale rechtsregels vandaag nog waard? Ook in dat opzicht wordt de oorlog die er zit aan te komen voorbereid.

*

(…)

*

Tien jaar geleden zag ik De battre mon coeur s’est arrêté (Jacques Audiard, 2005) een eerste keer. Ik herinner mij dat ik toen onder de indruk was. Dat gevoel blijft overeind bij deze sterke mengeling van hard en zacht, van criminaliteit en gesofisticeerd pianospel. Uitstekende vertolking van de zeer pregnante hoofdrolspeler Romain Duris.



 

8065

I. - 260811